Het leven zit vol keuzes

Het kiezen van uitjes begint langzamerhand moeilijker te worden. De laatste keer waren Jermain en ik in de dierentuin en ik wilde niet dat het volgende uitje zou tegenvallen. Ook wilde ik het goedkoop en simpel houden. Ik besloot om naar het huttenbouw-festival  op het Museumplein te gaan en dan erna misschien naar het Natuurhistorisch Museum. Op de fiets naar het Museumplein toe vertelt Jermain mij over zijn nieuwe maatje Larissa. Hij vertelt me dat ze urenlang bellen en samen hele dagen het computerspelletje Moviestar spelen. In ieder geval is het een sociaal spel, denk ik, en doet hij het met een vriendin. ‘En mijn moeder zegt steeds dat we elkaar leuk vinden, maar we zijn gewoon vrienden! Ik wil echt geen verkering’, vertelt Jermain.

Als we bij het festival de Bouw aankomen trekt Jermain een verveeld gezicht. Hij vindt het duidelijk niks. ‘Ik ga echt niet bouwen, dan worden mijn kleren vies’. ‘Prima’, stel ik, ‘dan kan je kiezen, we kunnen of hier even rondlopen en wat kleins eten of we kunnen gelijk naar het museum’. ‘Dat vind ik zo vervelend, kiezen! Waarom wil iedereen altijd dat ik kies’, moppert Jermain. ‘Dat wordt lastig dan, het leven! Het zit vol met keuzes!’, giechel ik. Ik stel voor dat hij vandaag drie keer een keuze maakt, gewoon om te zien dat het echt niet zo moeilijk is. Hijgend en puffend stemt hij in. ‘Ok, de eerste keuze: wat wil je eten?’, vraag ik. Het zweet druipt zowat van Jermain’s bovenlip en de jongen achter de toonbank gniffelt. ‘Tosti’, kiest hij na een tijdje afwegen. Als de tosti klaar is, zegt de jongen achter de toonbank: ‘Ik heb slecht nieuws voor je…Er moet weer gekozen worden. Welke saus wil je op je tosti?’. Ik vind het een goede grap, maar Jermain kan er niet om lachen. Na de tosti wordt Jermain weer wat zonniger. ‘Ben jij wel eens dronken geweest?’, vraagt hij mij uit het niets. Een man naast ons wacht nieuwsgierig op mijn antwoord. ‘Ja, ik ben wel eens dronken geweest’. ‘Hoe is dat?’, vraagt Jermain. ‘Helemaal niet aan te raden. Je wordt misselijk en draaierig en de volgende dag heb je de hele dag koppijn’. Jermain lijkt diep na te denken en neemt nog een slok van zijn limonade.

We komen aan bij het museum. ‘Ik hou niet van museums, ze zijn echt nooit leuk’, moppert Jermain. ‘Je vond het leuk toch, toen we in al die boten gingen kijken? Dat was anders ook een museum’. ‘Echt? Maar dat zag er helemaal niet zo uit! Dat vond ik wél leuk’, antwoordt Jermain met een verbaasde blik. ‘Nou, ik hoop maar dat dit museum leuk is’, zegt hij dan. ‘Ik ook’, antwoord ik een beetje geïrriteerd, ‘anders betaal ik voor niks én had ik wel wat beters met mijn dag kunnen doen, dus ik stel voor dat we het gewoon leuk maken’. Jermain blijft stil. In het museum probeer ik Jermain te enthousiasmeren door mijn eigen enthousiasme te laten zien. Ook leg ik zo kort en bondig mogelijk wat dingen uit, ik wil toch dat hij er iets van opsteekt. ‘Wow, het grootste ei van de wereld! Kan je je voorstellen hoe groot de vogel was die er uit kwam, nog veel groter dan een struisvogel!’. Ik zie dat het werkt en dat Jermain geïnteresseerd naar me luistert. We bekijken alles in het museum, maar ik neem me voor niet te lang te blijven hangen.

Als we uit het museum komen wil Jermain me een spelletje op zijn mobiele telefoon laten zien. We gaan op een bankje zitten in het park en ik stem in om mee te doen. Met het spel kan je een videoclip maken, terwijl je playbackt. Jermain zwaait playback-rappend stoer met zijn armen en ik zwaai met mijn hoofd op de achtergrond als een soort jolige Elmo. Jermain vindt het hilarisch. Ik besluit nog een rondje met hem door de Witte de With te lopen. Tot mijn verbazing is dit het moment dat Jermain los komt. ‘Hoe lang heb jij wel eens verkering gehad? Vier jaar? Wow, dat is lang zeg! Ik heb wel eens acht maanden verkering gehad, maar vier jaar is echt heel lang.’ Dan gaat het gesprek weer over zijn nieuwe maatje Larissa. ‘We hebben wel verkering gehad’, zegt hij dan. ‘Wel?!’, vraag ik verbaasd. ‘Dus je vindt haar toch wel anders leuk dan alleen als een maatje?’. Met een stiekem glimlachje antwoordt hij dat zij hém vooral leuk vindt. En dat hij haar voor de grap verkering had gevraagd. Maar toen ze verkering hadden vond Jermain het veel minder leuk: ‘We kregen heel de tijd ruzie’.

Terug op de fiets vraagt Jermain: ‘Vind jij dat ik haar nu echt verkering moet vragen?’. Ik voel me vereerd dat hij mijn mening vraagt en probeer zo serieus mogelijk te antwoorden. ‘Als jij dat leuk zou vinden, wat houdt je tegen? Jullie gaan heel veel met elkaar om en zij heeft gezegd dat ze jou leuk vindt, dus als dat is wat je wilt, moet je dat zeker doen!’. Jermain glimlacht breed. Totdat we aankomen bij Jermain’s huis praten we aan één stuk door. Jermain stelt mij vragen over de liefde, over ruzie, en zelfs over de dood. Ik baal ervan dat de middag al voorbij is en dat we ons gesprek moeten stoppen. Als ik alleen weg fiets, kom ik amper vooruit van vermoeidheid en denk ik na over de middag. Ik denk vooral na over mijn rol als mentor. Praten is duidelijk waar Jermain het meeste behoefte aan heeft. Helaas heeft hij altijd even de tijd nodig om zich helemaal op zijn gemak te voelen. Ik moet er eens goed over nadenken hoe ik het ijs sneller kan laten ontdooien. Even een tijdje geen musea meer, neem ik me voor, en wat meer uitjes waar we in alle rust kunnen praten. Volgende keer maar een rondje kanoën op de Kralingse Plas.

 

bfk-footer-logo           bfg-footer-logo           

 

Wij willen dat kinderen ontdekken waar ze goed in zijn, hun plekje vinden in de maatschappij en plezier hebben in het leren van nieuwe dingen. Daarom zien wij het als ons ideaal, en morele en sociale plicht, om hieraan een steentje bij te dragen. Kinderen zijn onze toekomstige uitvinders, trendsetters, en deskundigen. Dat is toch iets waar jij je ook voor wilt inzetten!